Begrippenlijst
Hier wordt de betekenis van 172 veelvoorkomende begrippen op pensioengebied uitgelegd. Klik op een letter van het alfabet voor alle begrippen die met die letter beginnen. Of maak gebruik van de zoekfunctie door een trefwoord in te vullen.Alle begrippen
| Begrip | Definitie |
|---|---|
| Aanspraak |
Het recht van een (oud-)werknemer op toekomstig pensioen. Zie pensioenaanspraak. |
| Actuariële grondslagen |
Gegevens als sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten die gebruikt worden om vast te stellen hoeveel geld er nodig is om de pensioentoezeggingen te kunnen waarmaken. |
| Actuaris |
Een specialist die verzekeringswiskundige risico-analyses verricht en de benodigde reserveringen berekent voor de vaststelling van de pensioenverplichtingen. |
| Afkoop |
Bij afkoop wordt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd, de pensioenvoorziening is dan definitief beëindigd. |
| Afkoopsom |
Zie Afkoopwaarde. |
| Afkoopwaarde |
De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd als afkoop van een verplichting om in de toekomst een serie betalingen te doen. |
| AFM |
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële markten in Nederland. Het gaat dan om de aanbieders van financiële producten en diensten en ondernemingen die effecten uitgeven. |
| Algemene Nabestaandenwet |
De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd samenwoonde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-echtgeno(o)t(e) ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had, en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde ouderloos zijn geworden. |
| Algemene Ouderdomswet (AOW) |
De AOW is een volksverzekering die mannen en vrouwen vanaf hun 65e jaar voorziet van een basispensioen. In het algemeen komt iedereen die in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt in aanmerking voor een AOW-pensioen. |
| Anw |
Zie Algemene nabestaandenwet. |
| AOW |
Algemene Ouderdomswet, De AOW is een volksverzekering die mannen en vrouwen vanaf hun 65e jaar voorziet van een basispensioen. In het algemeen komt iedereen die in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt in aanmerking voor een AOW-pensioen. |
| AOW-gat |
Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-toeslag voor de partner jonger dan 65. Voor mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden kan daardoor het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager uitvallen. Dit wordt het AOW-gat genoemd. |
| Arbeidsongeschiktheidspensioen |
Financiële aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die uiterlijk op de pensioenleeftijd eindigt. |
| Asset Liability Management |
Het afstemmen van de beleggingsmix en de premies op de pensioenverplichtingen. |
| Attesta |
Zie Attestatie de Vita (ADV). |
| Attestatie de Vitae |
Een verklaring die jaarlijks moet worden verstrekt door een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. Met deze verklaring, die ondertekend moet zijn door een bevoegde autoriteit, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is. |
| Bedrijfstakpensioenfonds |
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. |
| Begunstigde |
Persoon die de (toekomstige) uitkering ontvangt. Dat kan de deelnemer zelf zijn of de nabestaande(n). |
| Belegging |
Het omzetten van geld of middelen in waardepapieren of objecten met als doel de waarde te behouden of te vergroten. |
| Benchmark |
Een benchmark is een maatstaf ter vergelijking van het beleggingsresultaat. Voor aandelenbeleggingen is de benchmark vaak een aandelenindex, bijvoorbeeld de AEX. |
| Beroepspensioenfonds |
Pensioenfonds dat de pensioenregeling voor vrije beoefenaren uitvoert. Voorbeelden van beroepsgroepen die een eigen beroepspensioenfonds hebben, zijn de artsen, notarissen, fysiotherapeuten, dierenartsen en verloskundigen. |
| Beroepspensioenwet |
Wet waarin ondermeer de voorwaarden zijn opgenomen, waaraan beroepspensioenregelingen moeten voldoen. |
| Beschikbare premieregeling |
Pensioenregeling waarbij niet de uiteindelijke hoogte van de pensioenuitkering uitgangspunt is, maar de (totale) beschikbare premie. De pensioenuitkering hierbij is afhankelijk van de totale som aan premiestortingen en het rendement dat daarop is gemaakt. |
| Bestuur |
Het bestuur van het pensioenfonds is een vertegenwoordiging van de deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden van het fonds, gekozen door de leden van de deelnemersvereniging |
| Bestuurs-secretariaat |
Een persoon of afdeling die de secretariële taken van een bestuur verzorgt. |
| Bestuurslid |
Een vertegenwoordiger van werkgever(s) of werknemers die zitting heeft in het bestuur van een pensioenfonds. |
| Betalingsregeling |
Afspraak om binnen afgesproken termijn met afgesproken bedragen, betalingen te doen. |
| Bijzonder nabestaandenpensioen/partnerpe |
Een nabestaandenpensioen of partnerpensioen dat bij scheiding wordt toegewezen aan de ex-partner van de deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. |
| BPF |
Bedrijfstakpensioenfonds. Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. |
| Compliance |
(blijven) voldoen aan een vastgestelde gedragscode |
| Contactpersoon |
De natuurlijke persoon die namens een relatie contacten onderhoudt. |
| Contante waarde |
Het bedrag dat nodig is om in de toekomst een of meer betalingen mee te kunnen verrichten, waarbij rekening is gehouden met toekomstige rente. |
| Conversie |
Omzetting van pensioenaanspraken in andere pensioenaanspraken. Conversie kan bijvoorbeeld plaatsvinden na het maken van een keuze tussen partnerpensioen en een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. |
| Corporate governance |
Corporate governance heeft betrekking op een stelsel van verhoudingen tussen de verschillende organen van de onderneming zoals raad van bestuur, raad van commissarissen, aandeelhouders en andere belanghebbenden, waarbij rekenschap, transparantie en toezicht een centrale rol spelen. Pensioenfondsen beleggen in beursgenoteerde ondernemingen en zijn uit hoofde daarvan ook aandeelhouders. |
| Crediteur |
Schuldeiser |
| De Nederlandsche Bank |
Verantwoordelijk voor het toezicht op de degelijkheid van financiële instellingen. Vanuit deze functie houdt de DNB o.a. toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars en op pensioenregelingen die door een werkgever rechtstreeks bij een verzekeraar worden ondergebracht. Dit viel eerder onder de verantwoordelijkheid van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK). De PVK is eind 2004 gefuseerd met de DNB. |
| Debiteur |
Schuldenaar |
| Deelnemer |
Afhankelijk van de bepalingen in het reglement of de statuten van een pensioenregeling kan dit bijvoorbeeld een werknemer, oud-werknemer of gepensioneerde zijn aan wie op basis van deelname aan een pensioenregeling pensioenrechten zijn toegekend. |
| Deelnemersrechten |
Rechten die deelnemers door een pensioenregeling of via wettelijke bepalingen hebben. Zowel in termen van geld als in termen van juridische rechten. |
| Dekkingsgraad |
De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken die op dat moment zijn gefinancierd en de eventuele algemene en extra reserve. |
| Dienstbetrekking |
De arbeidsverhouding waarin de werknemer aan de werkgever is verbonden. |
| Dispensatie |
Het door een werkgever niet hoeven deelnemen aan de bedrijfstakpensioenfondsregeling omdat de werkgever wel onder de bedrijfstak valt, maar niet onder de werkingssfeer van het pensioenfonds |
| DNB |
De Nederlandsche Bank. Verantwoordelijk voor het toezicht op de degelijkheid van financiële instellingen. Vanuit deze functie houdt de DNB o.a. toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars en op pensioenregelingen die door een werkgever rechtstreeks bij een verzekeraar worden ondergebracht. Dit viel eerder onder de verantwoordelijkheid van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK). De PVK is eind 2004 gefuseerd met de DNB. |
| DVO |
Dienstverleningsovereenkomst; zie SLA. |
| Echtscheiding |
Ontbinding van het huwelijk door een rechterlijk vonnis. |
| Eindloonregeling |
Per dienstjaar wordt een vast percentage van de laatste pensioengrondslag aan pensioenen opgebouwd. De hoogte van het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon. |
| Emigratie |
Verhuizing van een persoon naar het buitenland |
| Factor A |
De pensioenaangroei in een kalenderjaar. |
| Factureren |
Opstellen en versturen van een factuur. |
| Faillissement |
Een faillissement is een algemeen beslag op het gehele vermogen van een schuldenaar ten behoeve van zijn gezamenlijke schuldeisers omdat hij of zij niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. |
| Financiering Voortzetting Pensioenverzek |
De Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) levert onder voorwaarden kosteloos een bijdrage aan de beperking van pensioenbreuk bij werkloosheid. Als een werknemer werkloos is en 40 jaar of ouder is, kan hij mogelijk gebruik maken van deze regeling. De FVP-bijdrageregeling wordt op termijn beëindigd. Werknemers die op of na 1 januari 2010 WW-gerechtigd worden, komen niet meer in aanmerking voor een FVP-bijdrage. |
| Flexibiliseringselementen |
Keuzemogelijkheden binnen een pensioenregeling waarmee deelnemers hun pensioenpakket naar hun individuele omstandigheden en inzichten kunnen inrichten. |
| Fonds |
Stichting of vereniging die voor een bijzonder doel kapitaal vergaart, vastlegt en beheert. |
| Franchise |
Het gedeelte van het inkomen waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat het inkomen na pensionering (65 jaar) bestaat uit AOW + pensioenuitkering. De hoogte van de franchise is veelal afgeleid uit de hoogte van AOW-uitkeringen. |
| Fusie |
Samengaan van twee of meer werkgevers, instellingen of instanties. |
| FVP |
Zie Financiering Voortzetting Pensioenverzekering |
| Gegevensleverancier |
Partij die voor een verzekeringnemer (bedrijf/werkgever) de administratie doet (bijv. in- en uitdienstmeldingen). Bijvoorbeeld een administratiekantoor, GBA of UWV. |
| Gemachtigde |
De relatie die namens de verzekeringnemer of verzekerde optreedt. |
| Gematigde eindloonregeling |
Een eindloonregeling waarbij een vastgesteld aantal jaren voor de pensioendatum wordt overgegaan op een middelloonregeling, zodat bijvoorbeeld salarisstijgingen in de laatste 5 jaar niet doorwerken over het verleden. |
| Gemoedsbezwaarde |
Een (rechts)persoon die vanuit de eigen levensschouwing bezwaren heeft tegen verzekeren en in het bezit is van een 'bewijs van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren' uitgegeven door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Voor erkende gemoedsbezwaarden worden ingelegde gelden over het algemeen geadministreerd als een spaarsaldo. |
| Gepensioneerde |
Iemand waarvan de ouderdomsuitkering is ingegaan. |
| Gewezen deelnemer |
Een persoon voor wie niet langer pensioenpremie wordt betaald. Ook bekend als slaper. |
| Herverzekeren |
Het overdragen van risico’s tussen verzekeraar (cedent) en herverzekeraar. Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen kunnen bepaalde risico's of verplichtingen geheel of gedeeltelijk onderbrengen bij een (andere) verzekeringsmaatschappij. |
| Incasseren |
Het innen van geld. |
| Indexatie |
Verhogen van pensioenuitkeringen en/of (premievrije) pensioenaanspraken (voor pensioeningang) met een percentage om de pensioenen aan te passen aan de algemene loonontwikkeling (welvaartsvastheid) of de prijsontwikkeling (waardevastheid). Bij een pensioenfonds worden besluiten over het toe te passen indexpercentage genomen door het bestuur. |
| Inkomende waardeoverdracht |
Geldbedrag dat binnenkomt van een vorige pensioenuitvoerder/fonds om pensioenaanspraken in te kopen in de nieuwe regeling. |
| IWO |
Zie inkomende waardeoverdracht. |
| Jaarverslag |
Verslag van de jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht. |
| Juridisch incasseren |
Het met behulp van rechtsmiddelen incasseren van verschuldigde premies. |
| Kapitaal |
Het vermogen dat wordt gereserveerd om in de toekomst opgebouwde pensioenaanspraken uit te kunnen betalen. |
| Kapitaaldekkingsstelsel |
Bij kapitaaldekking moeten in beginsel voor iedere individuele deelnemer voldoende middelen aanwezig zijn om, samen met de nog te verwachten premies, de toekomstige pensioenuitkeringen te dekken. Hierbij worden op individuele basis reserves gevormd voor de eigen pensioenuitkeringen. (dit in tegenstelling tot het omslagstelsel). De Pensioenwet schrijft deze financieringswijze voor. |
| kapitaalovereenkomst |
Een overeenkomst waarbij een kapitaal wordt vastgesteld. Op de pensioendatum wordt van dit kapitaal een pensioenuitkering aangekocht. |
| Kapitaalverzekering |
Iedere levensverzekering waarbij de prestatie van de verzekeraar vast staat, ongeacht of er een bedrag ineens wordt uitgekeerd of een vast aantal termijnen. |
| Kind |
Als kind van de deelnemer geldt: eigen kinderen of stief- of pleegkinderen die als eigen kind worden onderhouden en opgevoed. Een kind kan tot een bepaalde leeftijd in aanmerking komen voor wezenpensioen. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. |
| Koopsom |
Eenmalige betaling om een pensioenaanspraak mee in te kopen bij de uitvoerder van een pensioenregeling. De eenmalige betaling van een koopsom dient hetzelfde doel als de periodieke betaling van premies, namelijk de financiering van pensioenen. |
| Koopsomvrijstelling |
Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. Bij toekenning neemt het pensioenfonds de premiebetaling voor haar rekening en wordt de pensioenopbouw voortgezet. Een en ander uitdrukkelijk volgens de voorwaarden van het pensioenreglement. |
| Levensjarenregeling |
Dit is een eindloonregeling waarbij over salarisverhogingen niet alleen pensioen wordt gegeven over de daadwerkelijke dienstjaren,maar ook over de daarvoor liggende levensjaren (meestal vanaf 25 jaar). Op grond van fiscale wetgeving is toepassing van deze regeling niet meer toegestaan. |
| Loongegevens |
Specificatie van de arbeidsverhouding tussen deelnemer (werkgever) en werkgever en geldelijke vergoeding voor verrichte arbeid. |
| Middelloonregeling |
Pensioenregeling waarin per dienstjaar een vast percentage van de pensioengrondslag voor dat jaar aan pensioen wordt opgebouwd. |
| Nabestaande |
Binnen de grenzen van een pensioenregeling zijn dit: de weduwe of weduwnaar, geregistreerd partner of de partner waarmee een samenlevingscontract bestaat en die is aangemeld bij het pensioenfonds. Daarnaast gelden ook de kinderen van een deelnemer als nabestaande(n). |
| Nabestaandenpensioen |
Pensioen dat specifiek is bestemd voor de uitkering aan de partner en kinderen bij overlijden. |
| Nominaal factureren |
Het opstellen en verzenden van de facturen voor de door de werkgever af te dragen bedragen op basis van de geadministreerde gegevens. |
| Offerte |
Opgave van mogelijkheden en de prijs daarvan waarop de klant wel of niet kan ingaan. |
| Ondernemingspensioenfonds |
Dit is een pensioenfonds dat is verbonden aan één onderneming of aan meerdere ondernemingen, die met elkaar in organisatorisch verband staan, om een pensioentoezegging uit te voeren. |
| Opgave pensioenaanspraken |
Zie pensioenbericht of rechtenopgave. |
| Ouderdomspensioen |
Pensioen voor de deelnemer zelf. De uitbetaling ervan start op het moment dat de pensioendatum wordt bereikt en loopt door tot het moment dat de gepensioneerde komt te overlijden. |
| Outperformance |
Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief of negatief). |
| Overlevingstafels |
Overlevingstafels (sterftetafels) zijn afgeleid uit sterftetabellen die aangeven hoeveel personen na X jaar in leven zijn vanuit een standaard aantal 0-jarigen. De naam van de tafel geeft aan over welk waarnemingstijdvak de gegevens zijn verkregen (bijvoorbeeld: Gehele Bevolking 1995-2000). |
| Parameter |
Variabele die jaarlijks, binnen de afgesproken regelingen moet worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld franchise, premiehoogte, indexaties, en consequenties voortkomend uit arbeidsvoorwaardenoverleg. |
| Parametisering |
Het vaststellen, invoeren en wijzigen van parameters. |
| Partner |
Een gehuwde of ongehuwde relatie van een deelnemer die officieel is vastgelegd door een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een (notarieel) samenlevingscontract. Om bij een samenlevingscontract in aanmerking te komen voor partnerpensioen, moet de partner meestal bij het pensioenfonds zijn aangemeld. |
| partnerpensioen |
Nabestaandenpensioen ten behoeve van de partner. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer. |
| Pensioen |
Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid. |
| Pensioenaanspraak |
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Dit recht ontstaat door deelname aan een pensioenregeling. |
| Pensioenadministratie |
Administratie waarin de pensioenaanspraken zijn vastgelegd. |
| Pensioenbericht |
Jaarlijks verstrekt overzicht aan deelnemers waarop de pensioenaanspraken vermeld staan. |
| Pensioenbreuk |
Een breuk in de pensioenopbouw als gevolg van het uittreden uit een pensioenregeling voor de pensioendatum. |
| Pensioendatum |
De leeftijd waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat. |
| Pensioengat |
Het verschil tussen de gewenste pensioenhoogte (pensioennorm) en de daadwerkelijke toekomstige uitkering (op basis van de opgebouwde reserves). |
| Pensioengerechtigde |
Iemand die aanspraak kan maken op een uitkering uit hoofde van een pensioenregeling. |
| Pensioengevend salaris |
De bestanddelen van het inkomen die meetellen bij het berekenen van de pensioengrondslag. |
| Pensioengrondslag |
Het gedeelte van het loon, dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw van een deelnemer. In de praktijk is dit meestal het pensioengevend salaris minus de franchise. |
| Pensioenopgave |
Zie pensioenbericht. |
| pensioenovereenkomst |
De arbeidsvoorwaardelijke afspraken tussen de werkgever(organisaties) en de werknemers(organisatie) die betrekking hebben op pensioen. |
| Pensioenproduct |
Een vorm van pensioen zoals ouderdomspensioen, weduwepensioen, partnerpensioen, enz. |
| Pensioenrechten |
Rechten die deelnemers hebben uit hoofde van een pensioenregeling. |
| Pensioenreglement |
Algemene beschrijving van de pensioenregeling die in het betreffende bedrijf, beroepsgroep of bedrijfstak geldt. Daarin is vermeld wie deelnemen aan de regeling, hoe de hoogte van de pensioenen worden vastgesteld, welke aanspraken er zijn, wat de consequenties zijn bij ontslag, huwelijk,scheiding, arbeidsongeschiktheid, bereiken pensioendatum en overlijden. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun aanspraken en uitkeringen ontlenen. |
| Pensioentoezegging |
Toezegging van een werkgever aan een persoon die is verbonden aan zijn onderneming, om na het bereiken van de pensioenleeftijd door die werknemer, dan wel bij arbeidsongeschiktheid of bij overlijden van die deelnemer, een pensioen uit te keren. Dat pensioen kan worden uitgekeerd aan die werknemer zelf of aan diens nabestaanden. |
| Pensioenuitkering |
Uitkering op basis van pensioenaanspraken. |
| Pensioenwet |
Wet waarin regels zijn opgenomen ter waarborging van pensioenen. De Pensioenwet is van toepassing op de pensioentoezeggingen die de werkgever aan zijn werknemers doet. |
| Pension Fund Governance |
Principes voor een goed pensioenfondsbestuur. 'Goed pensioenfondsbestuur' wordt gehanteerd als vertaling van de term Pension Fund Governance. Het gaat daarbij vooral om de wijze waarop het bestuur is georganiseerd, verantwoording wordt afgelegd aan belanghebbenden en de wijze waarop het interne toezicht is georganiseerd. |
| Performance |
Het totale rendement op de beleggingen. |
| Premie |
Het geld dat de deelnemers periodiek aan het pensioenfonds afdragen/afdraagt voor de financiering van pensioen. |
| Premiefactuur |
Specificatie van de premies in rekening gebracht bij de verzekeringnemer. |
| Premienota |
Zie premiefactuur. |
| Premieovereenkomst |
Een overeenkomst waarbij een premie wordt vastgesteld, waarmee een kapitaal wordt opgebouwd. Op de pensioendatum wordt dit kapitaal omgezet in een pensioenuitkering. |
| Premievrije opbouw |
Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig door gaat. |
| Premievrije voortzetting |
ook wel premievrije opbouw. Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig door gaat. |
| Prolongatie |
Verlenging van de tijdsduur (geldigheid) van een overeenkomst. |
| PVO |
Premievrije opbouw. Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig door gaat. |
| PVV |
Premievrije voortzetting. ook wel premievrije opbouw. Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig door gaat. |
| Reductie |
Op verzoek van de deelnemer een tijdelijke vermindering van de opbouw van pensioenrechten. Dit kan alleen bij beroepspensioenfondsen. |
| Schadeuitkering |
Een uitkering, afkomstig uit een pensioenregeling, die een deelnemer ontvangt in geval van geleden schade. |
| Scheiding |
Het uit elkaar gaan van samenwonende, geregistreerde of getrouwde partners. |
| Service Level Agreement |
Overeenkomst waarin de mate van dienstverlening van de opdrachtnemer ten opzichte van de opdrachtgever gespecificeerd is. |
| Serviceproduct |
Datgene wat geleverd wordt aan de klant. |
| SLA |
Zie Service Level Agreement. |
| SLA-informatie |
Verantwoordingsinformatie over de afspraken van de dienstverlening, middels een rapportagestructuur, uit alle processen voortvloeiend uit de SLA. |
| Sociale Verzekeringsbank |
Overheidsorgaan dat belast is met de uitvoering van onder andere de AOW en de Anw. |
| SVB |
Zie Sociale Verzekeringsbank. |
| Tactische allocatie |
Het op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid besluiten over het na te streven risicoprofiel en de vorm en wijze van beleggen (bijvoorbeeld verhouding tussen intern en extern of de verdeling over vastrentend, aandelen en onroerend goed). |
| Toeslag |
Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die op incidentele basis wordt verleend of die jaarlijks wordt verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling. |
| Toezichthouder |
Organisatie die toezicht houdt op pensioenfondsen. Zie bij De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM). |
| Uitgaande Waardeoverdracht |
Geldbedrag dat ten behoeve van een deelnemer naar een andere pensioenuitvoerder wordt overgeheveld om daar pensioenaanspraken in te kopen. |
| Uitkering |
Betaling op basis van opgebouwde pensioenaanspraken. |
| Uitkeringsgerechtigde |
Iemand die aanspraak kan maken op een uitkering. |
| Uitkeringsontvanger |
De relatie die op basis van een deelname aan de hand van een polis een uitkering ontvangt op het moment dat deze uitkering daadwerkelijk wordt uitgekeerd. |
| uitkeringsovereenkomst |
Een overeenkomst waarbij de pensioenuitkering wordt vastgesteld. |
| Uitruil |
Uitruil van pensioensoorten. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om ouderdomspensioen of prepensioen te gebruiken voor een nabestaandenvoorziening, of andersom de mogelijkheid om nabestaandenpensioen te gebruiken voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Deze keuzemogelijkheden moeten openstaan voor iedere deelnemer, ongeacht de burgerlijke staat. |
| Uitvoering Werknemersverzekeringen |
UWV verzorgt de uitvoering van de sociale verzekeringen voor werknemers en werkgevers, waaronder de Werkloosheidswet (WW) en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). |
| Uitvoeringsovereenkomst |
Overeenkomst tussen de werkgever en een bedrijfstakpensioenfonds over de uitvoering en financiering van de pensioenregeling. |
| uitvoeringsreglement |
Overeenkomst tussen de werkgever en een bedrijfstakpensioenfonds over de uitvoering en financiering van de pensioenregeling. |
| Unie van Beroepspensioenfondsen |
Koepelorganisatie van 11 beroepspensioenfondsen. |
| uniform pensioenoverzicht |
Gestandaardiseerd overzicht dat pensioenfondsen en verzekeraars hanteren om werknemers persoonlijke informatie te geven over de uitkering bij pensionering, overlijden en arbeidsongeschiktheid. |
| UWV |
Zie uitvoering werknemersverzekeringen. |
| Vastrentende waarden |
Verzamelnaam voor obligaties en onderhandse leningen. |
| Verevend ouderdomspensioen |
Het gedeelte van het ouderdomspensioen dat na ontbinding van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst, is toegewezen aan de ex-partner. Het verevend OP komt tot uitkering op het moment dat de deelnemer de pensioendatum bereikt. In het geval de deelnemer voor de pensioendatum overlijdt, vervalt het verevend OP en komt het BNP tot uitkering. In het geval de ex-partner overlijdt, valt het verevend OP terug naar de deelnemer. |
| Verevening |
Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. |
| Verplichte aansluiting |
Het aansluiten van een werkgever aan het bedrijfspensioenfonds omdat hij onder de verplichtstelling valt. |
| Verplichtstelling |
De verplichtstelling van het Pensioenfonds voor Dierenartsen blijft gehandhaafd wanneer meer dan 60% van de deelnmers lid is van de deelnemersvereniging DPD. |
| Verzekerde |
De relatie aan wie op basis van een deelname aan een pensioenregeling rechten en plichten zijn toegekend. |
| Verzekeringnemer |
De persoon of organisatie die een afspraak heeft met het pensioenfonds. |
| Voorschot factureren |
Factuur voor de door de werkgever af te dragen bedragen op basis van de verwachte loonsom. De betaalde voorschotten worden verrekend met de eindafrekening. |
| Vrijstelling |
Het door een werkgever niet hoeven deelnemen aan de bedrijfstakpensioenfondsregeling. Bij vrijstelling is de werkgever verplicht om een pensioenregeling te voeren die minimaal gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van de bedrijfstak of het beroepspensioenfonds. |
| Waardeoverdracht |
Het overdragen van de contante waarde van pensioenaanspraken om pensioenverlies te voorkomen wanneer een werknemer van pensioenregeling wisselt. |
| WAO |
Zie Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. |
| Werkgever |
De persoon/organisatie die een of meerdere werknemers in dienst heeft. |
| Werkloosheidswet |
De WW is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die (gedeeltelijk) werkloos zijn. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het door de werknemer genoten (dag)loon en het arbeidsverleden. |
| Werknemer |
De persoon die een dienstbetrekking heeft met een werkgever. |
| Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzeker |
De WAO is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die langer dan twee jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het door de werknemer genoten (dag)loon, de leeftijd en de mate van arbeidsongeschiktheid. |
| Wezenpensioen |
Nabestaandenpensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling – tot het bereiken van een bepaalde leeftijd – wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokken deelnemer. |
| WO |
Zie waardeoverdracht. |
| WW |
Zie werkloosheidswet. |
| Z-score |
Jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Voor het bepalen van een z-score wordt voorafgaand aan een nieuw beleggingsjaar een normportefeuille vastgesteld, waarin rekening wordt gehouden met de risico's die het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds kan en wil nemen. Aan het eind van elk beleggingsjaar wordt het feitelijk behaalde rendement op beleggingen vergeleken met het rendement van de normportefeuille. Werkgevers kunnen een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds verlaten als de beleggingsresultaten, gemeten over vijf jaar, onvoldoende zijn. (Aan de hand van de som van opeenvolgende jaarlijkse z-scores, gedeeld door de wortel van het aantal jaren worden de beleggingsresultaten getoetst.) |
| Zakelijke waarden |
Verzamelnaam voor beleggingen in aandelen en beleggingen in onroerend goed. |
Begrippenlijst