| FAQ: Deelnemersvereniging |
|
Hier vindt u de meest gestelde vragen m.b.t. de Deelnemersvereniging: |
Nee, zolang uit periodieke toetsing door de overheid blijkt dat een meerderheid van ten minste 60% van alle deelnemende praktiserende dierenartsen lid is van de deelnemersvereniging en daarmee aangeeft een gezamenlijke beroepspensioenregeling te willen, blijft de verplichtstelling van kracht. Het deelnemerschap in de gezamenlijke pensioenregeling van onze beroepsgroep blijft in dat geval van toepassing. Ook voor de deelnemers die geen lid zijn van de deelnemersvereniging. Dat is gebaseerd op de wet voor beroepspensioenregelingen.
De overheid vraagt ons dat wij door middel van een zelfstandige vereniging aantonen dat in onze beroepsgroep voldoende draagvlak bestaat voor de eigen beroepspensioenregeling. De overheid vindt het draagvlak voldoende als 60% van alle deelnemende praktiserende dierenartsen lid is. Zou op den duur minder dan 60% lid zijn van de deelnemersvereniging, dan kunnen we ons pensioen in de toekomst niet meer via de huidige collectieve pensioenregeling regelen.
Daarmee betaalt de deelnemersvereniging de kosten van uitvoering van de taken zoals de informatieverstrekking aan de leden. De vereniging kent een klein, slagvaardig bestuur. De opzet van de vereniging is ‘lean and mean’, dus in sterke mate kostenbewust om de kosten zo beperkt te houden. Uiteraard verantwoordt het bestuur van de deelnemersvereniging de inkomsten en uitgaven.
De eerste toetsing van het draagvlak vindt plaats in 2011. Als de pensioenregeling eerder gewijzigd wordt, vindt de toetsing eerder plaats. Als het draagvlak bij een eerste toetsing niet gehaald wordt, krijgt onze beroepsgroep nog twee jaar de tijd om het draagvlak alsnog te halen. Is bij hernieuwde toetsing het draagvlak ook dan nog onvoldoende, dan stopt de pensioenregeling. Het pensioenfonds, dat de pensioenregeling uitvoert, blijft dan nog wel bestaan in verband met alle opgebouwde pensioenrechten en alle lopende pensioenuitkeringen.
Uw opgebouwde rechten zijn niet in gevaar als de pensioenregeling (bij onverhoopt onvoldoende draagvlak) zou ophouden te bestaan. Tegenover de verplichtingen van het pensioenfonds staat een belegd vermogen met jaarlijkse opbrengsten. In dat geval blijven uw opgebouwde rechten zonder meer behouden. Vanaf het moment dat de pensioenregeling zou worden beëindigd, zou echter geen verdere pensioenopbouw over toekomstige jaren meer mogelijk zijn via het eigen beroepspensioenfonds. Het pensioenfonds moet dan waarschijnlijk z’n beleggingsbeleid aanpassen omdat er geen nieuwe pensioenpremies meer binnen komen.
Deelnemersvereniging