Home Pensioen thema’s Ziekte of Overlijden
Ziekte of Overlijden Afdrukken E-mail

Bij ziekte en/of arbeidsongeschiktheid veranderen uw inkomsten en uw pensioenopbouw. Het maakt daarbij uit of u als dierenarts in loondienst of als zelfstandige werkt. 

in loondienst

Werkt u in loondienst, dan is uw werkgever verplicht om uw salaris de eerste twee jaar (deels) door te betalen. In deze periode blijft u verplicht deelnemen aan de pensioenregeling en blijft u premie verschuldigd. De opbouw van uw pensioen gaat gewoon door. De deelnameplicht - en daarmee de premieverplichting - vervalt als uw arbeidsovereenkomst verbroken wordt. U hoeft dan alleen nog premie te betalen over het deel dat u werkt. Voor het deel dat u arbeidsongeschikt bent, is het mogelijk dat het pensioenfonds een deel van uw premieverplichting overneemt.

als zelfstandige

Als zelfstandige gaat u bij ziekte misschien minder werken in uw praktijk of neemt een waarnemer taken van u over. Als u nog inkomsten uit uw praktijk hebt - en uw praktijkaandeel niet verkocht hebt - blijft u voor dat deel verplicht deelnemen aan de pensioenregeling. U blijft premie betalen en gaat door met uw pensioenopbouw. De deelnameplicht en de premieplichting vervallen als u uw praktijk verkoopt en ook geen inkomsten meer ontvangt als dierenarts. Voor het deel dat u arbeidsongeschikt bent, is het mogelijk dat het pensioenfonds een deel van uw premieverplichting overneemt.

 

premievrije pensioenopbouw

Als u (deels) arbeidsongeschikt bent en uw werkzaamheden als dierenarts (deels) beëindigd hebt, kunt u in aanmerking komen voor (gedeeltelijke) premievrijstelling. Het pensioenfonds neemt dan de betaling van de premie geheel of gedeeltelijk van u over. Sinds 2007 geldt voor deze premievrijstelling een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat de premievrije pensioenopbouw twee jaar na de eerste ziektedag kan ingaan.

Om in aanmerking te komen voor (gedeeltelijke) premievrijstelling moet u zelf een aanvraag indienen bij het pensioenfonds. Neem bij arbeidsongeschiktheid direct contact op met het pensioenfonds: er wordt geen premievrijstelling verleend over het verleden!

Bij de beoordeling van uw aanvraag wordt een vaste procedure gevolgd. Een onafhankelijke instelling stelt - op verzoek van het pensioenfonds - de mate van arbeidsongeschiktheid vast. De uitkomsten van deze beoordeling zijn bindend: op basis hiervan stelt het pensioenfonds de hoogte van de premievrijstelling vast. Bij 'brochures' vindt u meer informatie over dit onderwerp.

 

Overlijden

Een overlijden moet altijd bij de burgerlijke stand worden doorgegeven. De burgerlijke stand geeft het overlijden automatisch door aan het pensioenfonds. Het pensioenfonds neemt dan contact op met de nabestaanden. Als het pensioenfonds een maand na het overlijden nog geen contact heeft opgenomen, dan kan het overlijden ook rechtstreeks bij het pensioenfonds worden gemeld. Het postadres en telefoonnummer hiervan vindt u bij 'contact'.

 

pensioen voor uw nabestaanden

Als u overlijdt, heeft uw partner vanaf de eerste dag van de maand van uw overlijden recht op een partnerpensioen van het pensioenfonds. Voor uw kinderen is er een wezenpensioen.

 

meer informatie

Wilt u meer weten over partner- en wezenpensioen? Voor uw vragen hierover kunt u ook bij het pensioenfonds terecht. Bij 'contact' vindt u het adres en telefoonnummer.