Vast of variabel pensioen
U maakt een voorlopige keuze tussen een vaste of variabele pensioenuitkering.
Vanaf uw 55e maakt u een keuze tussen vast of variabel pensioen
Wanneer u 55 jaar wordt, of later als uw deelname aan de regeling later start, maakt u een voorlopige keuze tussen een vast of een variabel pensioen. Houd er rekening mee dat u uw voorlopige keuze tot aan uw pensioendatum niet kunt aanpassen. Het is belangrijk om goed na te denken over uw keuze.
Uw voorlopige keuze bepaalt hoe uw pensioenkapitaal in de jaren tot uw pensioen wordt belegd. Daardoor kan de hoogte van uw pensioenkapitaal op uw pensioendatum verschillen. Dit kan vervolgens invloed hebben op de hoogte van uw verwachte pensioen. Op uw pensioendatum maakt u uw definitieve keuze voor een vast of variabel pensioen.
Doorgeven pensioenkeuzes tijdelijk anders
Na de start van de nieuwe pensioenregeling bevinden we ons in een overgangsperiode. In deze periode werken we nog aan het aanpassen van onze administratie en systemen, waardoor u nog niet alle keuzes kunt maken op uw portaal 'Mijn pensioen'. Onze excuses voor dit ongemak.
Als u kiest voor een variabel pensioen is dit handig om te weten.
Uw pensioen beweegt mee met de resultaten van de beleggingen. Dat betekent dat uw pensioen kan stijgen als het goed gaat, maar ook kan dalen als het tegenzit. We doen er alles aan om die schommelingen zoveel mogelijk te beperken.
Dat doen we op 2 manieren:
- Het spreidingsmechanisme
We spreiden het beleggingsresultaat over 3 jaar. Dit doen we standaard, ongeacht of het resultaat positief of negatief is. Door het spreiden van het resultaat wordt de invloed van een goed of slecht jaar geleidelijk verwerkt, waardoor uw pensioen stabieler blijft. Bijvoorbeeld: als het beleggingsresultaat in jaar 1 negatief is, maar in jaar 2 en 3 weer positief, dan kan dat positieve resultaat het negatieve effect deels of zelfs helemaal compenseren. - De risicodelingsreserve (RDR)
Als de spreiding niet voldoende is om een verlaging van uw pensioen te voorkomen, zetten we de risicodelingsreserve in. Dit is een buffer die speciaal bedoeld is om dalingen van ingegane pensioenen op te vangen. De risicodelingsreserve helpt om verlagingen van het pensioen te voorkomen of te beperken, afhankelijk van de economische omstandigheden. Zo helpt dit om uw pensioen stabieler te houden, ook als de beleggingsresultaten tegenvallen.
Ook na uw pensioendatum blijft uw pensioen belegd en kan de hoogte van uw pensioen elk jaar variëren.
Op basis van berekeningen over de afgelopen 10 jaar (tot 2026) verwachten we dat pensioenen in de meeste jaren zullen stijgen. Maar af en toe zal een verlaging niet te voorkomen zijn. Dat hoort bij een pensioen dat meebeweegt.
Dit is ook handig om te weten
Als u een voorlopige keuze maakt, blijft deze staan tot het moment dat u met pensioen gaat. Op uw pensioendatum geeft u uw definitieve keuze door. Die definitieve keuze maakt u één keer. Kiest u voor variabel? Dan kiest u op uw pensioendatum tussen een variabel pensioen of een variabel dalend pensioen. U leest daarover meer op de pagina variabel en variabel dalend pensioen.
Als u voorlopig kiest voor een variabel pensioen, gaat u deelnemen aan het Collectief Variabel Pensioen (CVP). Dan wordt uw pensioenkapitaal in de jaren naar uw pensioenleeftijd geleidelijk omgezet in pensioenaanspraken. Dat gaat in maximaal 10 stappen.
Doordat het pensioenkapitaal in stappen wordt omgezet spreidt u het risico van bijvoorbeeld een minder gunstige rentestand of gedaalde beleggingskoersen op het moment dat uw pensioen ingaat.
U kiest zelf een risicoprofiel
Voor het deel van uw pensioenkapitaal dat nog niet is omgezet in het Collectief Variabel Pensioen (CVP), kiest u zelf een risicoprofiel.
U heeft daarbij 3 opties:
- Meer risico: kans op een hoger rendement, maar ook grotere schommelingen.
- Minder risico: stabieler, maar met een lagere verwachte groei.
- Gemiddeld risico: een balans tussen rendement en stabiliteit.
Bij het bepalen van het risico houden we ook rekening met uw leeftijd. Hoe dichter u bij uw pensioendatum komt, hoe minder risico er automatisch genomen wordt. Zo bouwen we het risico geleidelijk af, zodat u met meer zekerheid richting uw pensioen gaat.
Wanneer u voorlopig kiest voor een vast pensioen, blijft uw pensioenkapitaal doorgroeien volgens het beleggingsprofiel dat u eerder heeft gekozen. Tegelijkertijd wordt het beleggingsrisico geleidelijk afgebouwd. Dit gebeurt ter voorbereiding op het vaste pensioen, zodat u met zo min mogelijk risico uw pensioen kunt laten ingaan. Op de pensioendatum maakt u een definitieve keuze en kunt u alsnog kiezen voor een variabel pensioen bij SPD.
U kiest zelf een risicoprofiel
Voor uw pensioenkapitaal kiest u zelf een risicoprofiel.
U heeft daarbij 3 opties:
- Meer risico: kans op een hoger rendement, maar ook grotere schommelingen.
- Minder risico: stabieler, maar met een lagere verwachte groei.
- Gemiddeld risico: een balans tussen rendement en stabiliteit.
Bij het bepalen van het risico houden we ook rekening met uw leeftijd. Hoe dichter u bij uw pensioendatum komt, hoe minder risico er automatisch genomen wordt. Zo bouwen we het risico geleidelijk af, zodat u met meer zekerheid richting uw pensioen gaat.
Dit is ook handig om te weten
- Kiest u voorlopig voor een vast pensioen, dan blijft u, net als bij het variabel pensioen, premie inleggen en pensioenkapitaal opbouwen.
- In dit geval zetten wij geen pensioenkapitaal om in pensioenaanspraken; uw kapitaal blijft helemaal intact.
- Op de pensioendatum gebruikt u uw opgebouwde kapitaal om een vast pensioen aan te kopen bij een andere pensioenuitvoerder, zoals een pensioenfonds of verzekeraar. Dit kan namelijk niet bij SPD.
- Ook kunt u alsnog kiezen voor een variabel pensioen bij SPD.
Als u een voorlopige keuze maakt, blijft deze staan tot het moment dat u met pensioen gaat. Op uw pensioendatum geeft u uw definitieve keuze door.
Als u geen voorlopige keuze maakt, neemt u automatisch deel aan het variabel pensioen via het Collectief Variabel Pensioen (CVP).
U maakt uw definitieve keuze als u met pensioen gaat
Wanneer u met pensioen gaat, maakt u een definitieve keuze voor een vast of variabel pensioen. Hier zijn de belangrijkste punten om te overwegen:
- Uw voorlopige keuze kan ook uw definitieve keuze worden.
- U kunt kiezen uit 1 soort pensioen: vast of variabel. Een combinatie is niet mogelijk.
- Als u geen keuze maakt of uw keuze niet op tijd doorgeeft, ontvangt u standaard een variabel pensioen bij SPD.
- De premie die u inlegt voor uw pensioen.
- De beleggingsrendementen.
- De kostprijs van uw pensioen op het moment dat uw pensioen ingaat.
- De waarde van uw pensioenkapitaal bij de aankoop van uw pensioen.
- De regels in ons pensioenreglement.
- U kunt uw voorlopige keuze aanpassen wanneer u met pensioen gaat. Op dat moment maakt u een definitieve keuze:
- Als u voorlopig voor een vast pensioen heeft gekozen, kunt u op het moment dat u met pensioen gaat overschakelen naar een variabel pensioen bij SPD.
- Heeft u gekozen voor een variabel pensioen? Dan kunt u alsnog kiezen voor een vast pensioen. Houd er rekening mee dat een vast pensioen niet mogelijk is bij SPD. Als u een vast pensioen wilt, koopt u het vaste pensioen aan bij een andere pensioenuitvoerder.
Denk goed na over uw keuze en de gevolgen ervan
We helpen u om een weloverwogen besluit te nemen over uw pensioen. door u zo goed mogelijk te informeren. Bekijk bijvoorbeeld onze video's met uitleg: